Resultaat van de oefening: scoor je gezin op de 17 indicatoren van kinderarmoede

Wetenschappers hebben aan kinderen in arme gezinnen gevraagd wat het voor hen betekent om arm te zijn. Die kinderen vertelden dat het voelt alsof ze anders zijn dan andere kinderen omdat ze een aantal zaken niet hebben of kunnen doen. Op basis van die gesprekken is een lijstje opgesteld van 17 dingen. Als een kind 3 of meer van deze dingen niet heeft, dan spreekt men van deprivatie.

Voor kinderen betekent dit dat zij een aantal dingen niet hebben waardoor ze geen ‘normaal’ leven zoals andere kinderen kunnen leiden. Dat kan ernstige gevolgen hebben voor hun lichamelijke, geestelijke en/of emotionele ontwikkeling. Met onze vrijwilligers bekeken we hoe de kinderen uit de gezinnen die we met Domo Hasselt ondersteunen, op deze 17 indicatoren scoren. Iedere vrijwilliger vulde de indicatorenkaart in voor zijn gezin. Zo bekeken we 15 gezinnen. Vaak waren er items bij waar de vrijwilliger niet wist of het in orde was. Die ‘twijfelgevallen’ hebben we niet meegeteld.

In deze cijfers zitten dus alleen die indicatoren waarvan de vrijwilliger weet dat het ‘niet in orde’ was. We schrokken dat er zoveel ‘gewone’ dingen onbereikbaar voor hen zijn.

Aantal kinderen en aantal armoede-indicatoren waarop ze tegelijk scoren

Van de 31 kinderen die we bespraken, zijn er maar vier kinderen die op minder dan drie indicatoren scoorden. Alle andere kinderen bevinden zich dus in een situatie van deprivatie. Er is dus een risico dat deze situatie een negatieve impact heeft op hun emotionele en intellectuele ontwikkeling. Hieronder zie je waar de tekorten zich vooral voordoen. Op veel van die ‘tekorten’ kunnen we via Domo inspelen.

Bijna alle kinderen hebben thuis geen boeken (29 op 31). Ook vrijetijdsactiviteiten zijn niet evident (22 op 31). Bekijk zelf de tabel maar eens. Via de speel-o-theek brengen we spelletjes in huis. We organiseren leuke activiteiten in het Domo Huis of werken samen met Villa verbeelding, Arktos e.a. We stimuleren de kinderen om aan te sluiten bij een sportclub of jeugdbeweging. We gaan samen naar de bibliotheek. Fietsen, skeelers, autozitjes…lenen we uit via Op Wieltjes. Als er kleren of meubels nodig zijn dan komen we daar uiteindelijk wel aan, ook via Sint Vincentius, de geefpleintjes, ’t Wisselke … Maar eigenlijk verwachten we toch van de Vlaamse overheid dat ze structurele maatregelen nemen om de sociale grondrechten van alle gezinnen te realiseren zodat dit allemaal niet nodig is.

Lokale overheden kunnen ondertussen veel doen om de leefomstandigheden van deze gezinnen te verbeteren. Eén daarvan is contact opnemen met Domo om samen te bekijken of er in de gemeente geen Domo werking kan worden opgestart.

Bron: https://sociaal.net/achtergrond/deprivatie-kinderen/

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *